Schrijven examen NT2 veelgemaakte fouten vermijden

Portret van Femke de Vries, NT2 docent en taalexpert
Femke de Vries
NT2 docent en taalexpert
Inburgeringsexamen en officieel traject · 2026-02-15 · 9 min leestijd

Staat er binnenkort een NT2-examen op de planning? Dan ken je het gevoel vast: die spanning in je maag en de zenuwen die door je lijf gieren.

Je hebt hard geleerd, maar die twijfel blijft. Ga ik het halen? Vooral bij het schrijfexamen sluipen er gemakkelijk fouten in je tekst die je punten kosten. Het goede nieuws?

Die fouten zijn vaak te voorspellen én te voorkomen. In dit artikel lees je precies hoe je de meest gemaakte blunders ontwijkt.

We gaan voor een heldere tekst, zonder onnodige complexiteit. Lekker scherp en direct.

Want met een beetje flair en de juiste focus, haal jij die felbegeerde NT2-norm.

Waarom zoveel kandidaten struikelen over schrijven

Veel mensen die NT2 doen, spreken al best aardig Nederlands. Maar schrijven is een heel ander beestje.

In gesproken taal corrigeer je jezelf snel, maar op papier blijven fouten staan. Een examen is bovendien stressvol. Je hebt tijd tekort, je moet nadenken over structuur en tegelijkertijd de spelling in de gaten houden. Het gevolg?

Domme fouten die je normaal nooit zou maken. Docenten zien dagelijks dezelfde valkuilen terugkomen.

Het gaat niet alleen om een verkeerd gespelde ‘ei’ of ‘ij’. Het gaat om patronen. Herken je die patronen, dan win je direct tijd en punten. We duiken in de categorieën die het vaakst fout gaan: spelling, grammatica en woordkeuze.

Spelfouten: De grootste valkuil

Laten we eerlijk zijn: iedereen maakt typefouten. Maar bij NT2 gaat het om fouten die aantonen dat je de regels niet beheerst.

De klassieke 'dt-fout' en werkwoordspelling

Een recente analyse door TestNet (een grote speler in examenontwikkeling) liet zien dat ongeveer 35% van de kandidaten significant punten verliest aan spelling.

  • Foutief: “Hij loopt hard.” (Correct, maar let op de klank)
  • Foutief: “Hij loopd hard.” (Dit is fout; het moet ‘loopt’ zijn)
  • Foutief: “Ze eet een appel.” (Correct)
  • Foutief: “Ze eetd een appel.” (Fout; het moet ‘eet’ zijn)

Dat is zonde, want het zijn vaak dezelfde woorden die terugkomen. Dit is verreweg de nummer één boosdoener. Vooral bij de tegenwoordige tijd gaat het mis.

Verwarrende woorden die op elkaar lijken

Onthoud de gouden regel: vraag je af of je het kunt vervangen door ‘hij’ of ‘zij’ (derde persoon enkelvoud). Als je ‘hij’ kunt gebruiken, schrijf je een ‘t’. Let op de klank: een 'd' klinkt in de stam? Dan schrijf je in de tegenwoordige tijd een 't'.

Een 't' klinkt in de stam? Dan schrijf je een 'd'.

  • Verassen vs. Verassen: Iemand verassen = iemand verrassen (met een cadeau). Iemand verassen = iemand in as zetten (na crematie). Je wilt waarschijnlijk het eerste.
  • Parallel vs. Parallell: De correcte spelling is ‘parallel’ (met één ‘l’ aan het einde).
  • Bureaucratie vs. Burocratie: Schrijf altijd ‘bureaucratie’ (met de ‘ea’).
  • Definitie vs. Definitie: Let op de klemtoon. Het is ‘definitie’ (met twee ‘i’s).

Dit klinkt ingewikkeld, maar met oefening gaat het vanzelf. Nederlands zit vol woorden die hetzelfde klinken maar anders worden geschreven.

Deze fouten maken je tekst onprofessioneel. De spelling van het Nederlands verandert soms. Zo is ‘pannenkoek’ nu standaard, terwijl vroeger ‘pannekoek’ ook mocht. Houd je aan de nieuwste spellingregels.

Grammaticale struikelpartijen

Spelling is zichtbaar, grammatica is vaak subtieler. Een verkeerde zinsbouw kan de betekenis van een zin volledig veranderen.

Woordvolgorde: De hoofdregel

In het Nederlands staat het werkwoord vaak op de tweede plek in de hoofdzin. Dit lijkt simpel, maar gaat snel mis in complexe zinnen.

  • Foutief: “Ik ga morgen naar winkel de.”
  • Correct: “Ik ga morgen naar de winkel.”

Bij bijzinnen (na bijvoorbeeld ‘omdat’ of ‘als’) schuift het werkwoord vaak naar het einde. Oefen de woordvolgorde hiermee, want dit is een vaste waarde in het examen. De lidwoorden ‘de’ en ‘het’ zijn voor veel NT2-kandidaten een nachtmerrie. Er is geen simpele regel voor; je moet ze gewoon weten. Een tip: leer woorden niet los, maar in een zin.

Lidwoorden en voorzetsels

Zeg niet alleen ‘huis’, maar ‘het huis’. Voorzetsels (in, op, aan, bij) zijn ook lastig.

Ze zitten vast aan werkwoorden (zich herinneren aan) of zelfstandige naamwoorden (de trein naar Amsterdam). Raadpleeg een goed woordenboek of een app zoals de Van Dale om de juiste combinaties te checken.

Woordkeuze en stijl: De puntjes op de i

Naast grammatica is de keuze van woorden cruciaal. Je wilt laten zien dat je een rijke woordenschat hebt, maar overdrijf niet. Bij NT2 schrijf je meestal formele teksten.

Formele vs. informele taal

Gebruik geen afkortingen zoals ‘m.b.t.’ of ‘i.p.v.’ tenzij het expliciet gevraagd wordt.

  • Informeel: “Ik vind het leuk.”
  • Formeler: “Ik vind het aangenaam” of “Ik waardeer het.”

Schrijf uit wat je bedoelt. Let ook op herhaling.

Interpunctie: De stilistische kracht

Gebruik niet steeds hetzelfde woord (zoals ‘leuk’ of ‘goed’), maar zoek naar synoniemen. Een thesaurus kan hierbij helpen, maar kies altijd woorden die je echt begrijpt. Interpunctie bepaalt het tempo van je tekst.

Een komma zet een kleine pauze, een punt een harde stop. Veel kandidaten vergeten komma’s of zetten ze op verkeerde plekken.

  • Tip: Lees je tekst hardop. Waar je adem moet halen, plaats je vaak een komma.
  • Let op: Na een hoofdzin gevolgd door een bijzin (met ‘omdat’ of ‘terwijl’) komt er meestal een komma.

Strategieën voor het examen

Oké, je kent de valkuilen. Nu de aanpak. Hoe zorg je ervoor dat je deze fouten niet maakt onder tijdsdruk?

Lees de opdracht aandachtig

Dit klinkt als een open deur, maar veel fouten ontstaan doordat kandidaten de vraag niet goed lezen.

Gebruik een stappenplan

Vraagt de opdracht om een formele brief of een informele e-mail? Schrijf je voor een specifiek publiek? Houd je aan de gevraagde doelgroep.

  1. Brainstorm: Noteer snel de belangrijkste punten.
  2. Structuur: Bepaal de volgorde (inleiding, kern, slot).
  3. Eerste versie: Schrijf zonder te veel te letten op spelling.
  4. Controle: Lees je tekst opnieuw, nu specifiek op fouten.

Checklist voor controle

Schrijven gaat in fases. Maak niet meteen de volledige tekst in één keer.

  • Zijn alle werkwoorden correct vervoegd?
  • Staan de lidwoorden goed?
  • Zijn er spelfouten in de ‘ei’ en ‘ij’?
  • Is de zinsstructuur logisch?
  • Heb je de juiste toon?

Voordat je inlevert, loop je deze lijst af: Gebruik een spellingscontrole, maar vertrouw er niet blind op. Een computer ziet geen verschil tussen ‘hun’ en ‘hen’ als de zin grammaticaal klopt.

Conclusie: Oefening baart kunst

Het NT2-schrijfexamen is een uitdaging, maar zeker te behalen. De sleutel ligt in het herkennen van patronen en het systematisch controleren van je werk.

Spelfouten, grammaticale missers en verkeerde woordkeuze zijn vaak te voorkomen door rustig te blijven en een logische aanpak te volgen.

Investeer tijd in het oefenen van specifieke vaardigheden, zoals werkwoordspelling en zinsbouw. Gebruik materiaal van officiële instanties zoals de Taalunie of oefenwebsites. En onthoud: fouten maken mag, maar leer ervan. Met de tips in dit artikel sta je al een stuk sterker. Jij kunt dit.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de meest voorkomende schrijffouten in NT2-examens?

Veel kandidaten die het NT2-examen afleggen, spreken al goed Nederlands, maar het schrijven vereist een andere vaardigheid. Vaak maken ze fouten door onvoldoende aandacht te besteden aan de structuur van hun tekst en de spelling, vooral onder tijdsdruk.

Welke woorden worden vaak verkeerd geschreven tijdens het NT2-examen?

Het herkennen van patronen in veelgemaakte fouten, zoals de ‘dt-fout’ en werkwoordspelling, kan je direct helpen om punten te behalen. Spelling is inderdaad een grote uitdaging. Veel kandidaten maken fouten met woorden die op elkaar lijken, zoals ‘brei’ (brij) of ‘peiler’ (pijler).

Welke woorden schrijft iedereen fout tijdens het NT2-examen?

Daarnaast komen veelvoorkomende fouten voor, zoals het verkeerd gebruiken van ‘me’ versus ‘m’n’ of ‘mijn’, of het verwarren van ‘hun’ met ‘zij’.

Let goed op de klank en de betekenis om de juiste spelling te kiezen. De ‘dt-fout’ is verreweg de meest voorkomende schrijffout. Dit komt vaak doordat kandidaten de klank van de letters niet goed in verband brengen met de spelling. Daarnaast worden woorden zoals ‘barbecue’ en ‘teveel’ vaak verkeerd gespeld, ondanks dat ze in het Groene Boekje staan.

Wat zijn de top 10 meest gemaakte spelfouten in het Nederlands, die ook in het NT2-examen voorkomen?

Let op de klank en de betekenis om deze fouten te vermijden. Naast de ‘dt-fout’ en verwarrende woorden, komen ook fouten voor zoals het verkeerd gebruiken van ‘is’ versus ‘eens’, ‘jou’ versus ‘jouw’, en ‘te veel’ versus ‘teveel’.

Het is belangrijk om te onthouden dat het vervangen van een woord door ‘hij’ of ‘zij’ (derde persoon enkelvoud) vaak een aanwijzing is voor de juiste spelling. Let op de klank en de betekenis om deze veelgemaakte fouten te vermijden. Naast spelling en grammatica, zijn er ook aandachtspunten tijdens het examen zelf.

Wat zijn de 10 meest gemaakte fouten tijdens het NT2-praktijkexamen?

Denk aan overdreven kijken, het plaatsen van je auto te dicht bij geparkeerde voertuigen, het rijden te langzaam, het onvoldoende houden van afstand bij inhalen, en het uitvoeren van bijzondere verrichtingen.

Een goede voorbereiding en focus op de taalsituatie zijn essentieel om deze valkuilen te vermijden.

Portret van Femke de Vries, NT2 docent en taalexpert
Over Femke de Vries

Femke is een ervaren NT2 docent met een passie voor taalintegratie.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Inburgeringsexamen en officieel traject
Ga naar overzicht →